Uitvoeringslasten in één keer goed

In de Zomernota van vorig jaar heeft uw raad besloten om de (centrale) overhead onder één product te verantwoorden. Belangrijke redenen hiervoor waren het voldoen aan wettelijke voorschriften en het op één plek verantwoorden van de overhead. In dezelfde zomernota is ook aangegeven dat de wettelijke voorschriften verder gaan dan alleen het centraal stellen van de overhead. Volgens de wettelijke definitie vallen ook leidinggevenden en bijvoorbeeld secretariële ondersteuning onder overhead. Destijds was de conclusie dat we meer tijd nodig hadden om systemen en werkwijze aan te passen om dit zorgvuldig te doen.

 

Inmiddels is helder welke aanpassingen gedaan moeten worden. Hiermee kunnen we niet alleen de begroting op een goede manier opladen, maar ook gedurende het jaar de werkelijke kosten in één keer vanuit bronsystemen juist verantwoorden. De financiële betekenis van deze verandering is dat in de programmabegroting meer lasten als overhead gelabeld gaan worden. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat vanaf 1 januari de managers en ondersteuning binnen primaire processen ook als overhead verantwoord moeten worden.

 

Aanvulling nota grondbeleid: majeure wijzigingen

Op 7 maart 2018 is de nota Grondbeleid 2018 vastgesteld. In deze nota zijn de criteria vastgesteld wanneer bij belangrijke/omvangrijke financiële wijzigingen in de planexploitaties een apart voorstel aan de raad wordt voorgelegd. Hierbij is de uitzonderingspositie van de exploitaties in de Waalsprong niet meegenomen.

De exploitaties in de Waalsprong hebben een zeer fors exploitatievolume. Aanpassingen van de uitgangspunten hebben al snel een aanzienlijk financieel effect. De voortgang van de (voorbereiding van) grondverkoop bepaalt voor een belangrijk deel de wijziging van het financiële resultaat. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om snel te moeten handelen, en toch extra uitgaven te moeten doen (met resultaatsvermindering tot gevolg) om de voortgang zo goed mogelijk op gang te houden en daarmee het financieel resultaat zo veel mogelijk te optimaliseren. De gevraagde snelheid van handelen kan zodanig zijn dat een raadsbesluit vooraf niet mogelijk is. In een dergelijk geval wordt het college toegestaan activiteiten te verrichten die maximaal een resultaatsverslechtering van € 2 miljoen per jaar tot gevolg hebben, mits hierover een collegebesluit genomen wordt en de raad hierover geïnformeerd wordt om haar controlerende taak alsnog uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld bij Zomernota of Voortgangsrapportage Grote Projecten.

 

Areaalontwikkeling inwoners en woningen

In het financieel beeld houden we rekening met de ontwikkeling van de woningbouw en de aantallen inwoners. Hiervoor gebruiken we cijfers van Onderzoek en Statistiek en het programma Wonen. Deze aantallen worden onder meer gebruikt in de ramingen van het gemeentefonds en de belastingopbrengsten.

 

Aantal woningen per 1-1

2018

2019

2020

2021

2022

Bestaande stad

400

130

275

275

275

Waalfront

350

120

150

150

150

Waalsprong

450

650

700

700

700

Totaal

1.200

900

1.125

1.125

1.125

Verschil t.o.v. stadsbegroting 2018

200

-300

-75

-75

1.125

 

Door voornamelijk versnellingsprocedures is de prognose dat er in 2018 meer, maar in 2019 minder woningen worden opgeleverd.

 

Aantal inwoners per 1-1

2018

2019

2020

2021

2022

Aantal inwoners per 1-1

176.000

177.000

178.100

179.200

180.100

Toename t.o.v. stadsbegroting vorig jaar

1.400

1.400

1.400

1.400

 

 

De reeks van het aantal inwoners is naar boven bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door een hogere aanwas van het aantal inwoners in 2017.

 

Indexeringen

Op grond van de cijfers uit het Centraal Economisch plan van het Centraal Plan Bureau (CPB) d.d. 22 maart 2018 komen we tot de volgende indexeringspercentages:

Indexeringspercentages

loonsom

materiële lasten

Inflatie (CPI)

Gemeentelijke tarieven

T.b.v. subsidies

Verwachting 2019

3,50%

2,10%

2,40%

 

 

Nacalculatie 2018

0,20%

0,00%

0,10%

 

 

Indexeringspercentage 2019

3,70%

2,10%

2,50%

3,17%

3,17%

 

Rente

In de Zomernota 2016 zijn de gehanteerde rekenrentes neerwaarts bijgesteld vanwege de veranderende regelgeving op dit onderdeel. Voor de komende jaren verwachten we dat de rente laag blijft. Het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht ons om een rekenrente te hanteren die in lijn ligt met de werkelijk door ons te betalen rente. We zijn daarom genoodzaakt de rekenrente verder te verlagen naar 1,25% en voor de externe rente de in de onderstaande tabel opgenomen rentes te hanteren.

 

 

2019

2020

2021

2022

Rekenrente:

 

 

 

 

- Inzet van reserves en voorzieningen 

 1,25%

- Doorberekening aan investeringen

1,25%

- Rekenrente voor planexploitaties (projectfinanciering)

 2,00%

Langlopende leningen

 1,25 %

 1,25%

 1,25%

1,25%

Kortlopende leningen

 0,50%

 0,75%

 1,00%

1,25%

 

Parameters planexploitaties

Planexploitaties langlopend 

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v. 

Opbrengsten 

 

 

 

 

 

 

- woningen 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

- kantoren 

1,00%

1,50%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

- bedrijfsruimten 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

- winkelruimten 

1,00%

1,50%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Grondkosten 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Rente 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Disconteringsvoet 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

 

Planexploitaties kortlopend 

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v. 

Opbrengsten 

 

 

 

 

 

 

- woningen 

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

n.v.t. 

- kantoren 

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

n.v.t. 

- bedrijfsruimten 

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

n.v.t. 

- winkelruimten 

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

n.v.t. 

Grondkosten 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

n.v.t. 

Rente 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

n.v.t. 

Disconteringsvoet 

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

n.v.t. 

 

De parameters zijn gebaseerd op een verkenning van de economische ontwikkelingen en afgestemd met onze nieuwe accountant Deloitte. Belangrijke bronnen zijn het CPB (centraal economisch planbureau), DNB, CBS & Kadaster, Rabobank en andere specifiek markt gerelateerde bronnen.

De prijzen van zowel bestaande als nieuwe woningen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. De verwachting is dat deze stijging zich nog voortzet, maar ook de (bouw-)kosten vertonen een stevige stijging. De bedrijfsruimtemarkt laat een positief beeld zien. De markt voor kantoren en winkels is zoals verwacht moeizaam, maar met verschillende positieve signalen. In het Regionaal Programma Werkgelegenheid (RPW) maken gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen afspraken om de overprogrammering te beperken. Gezien de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt is er – mede vanuit een behoedzaamheidsprincipe - geen aanleiding om de huidige rekenparameters aan te passen.

Het rentepercentage en de disconteringsvoet zijn gebaseerd op de richtlijnen van de Commissie BBV. Deze zijn ongewijzigd 2%.

Zoals gebruikelijk rekent de gemeente Nijmegen aan kortlopende exploitaties geen opbrengstenstijgingen toe.

 

Evenals voorgaande jaren is ook een tweetal alternatieve scenario’s verkend, een negatief en positief scenario. Het negatief scenario gaat uit van een abrupte rentestijging. In het positieve scenario wordt uitgegaan van een snellere stijging van de grondprijzen voor woningen en commercieel vastgoed. In lijn met voorgaande jaren zijn deze effecten nu nog niet verwerkt in het weerstandsvermogen. Deze zullen een plaats krijgen in de actualisatie van de risico’s in grondexploitaties in de Stadsbegroting 2019.